Tunesië

Een 4x4 - reis van 19 oktober tot en met 2 november 2002.
Vorige pagina Home Start Tunesië Volgende pagina

De eerste week (1).

De reis naar Genua.

Nu zijn we eindelijk onderweg.
Op donderdag 17 oktober om ongeveer half twaalf vertrokken.
Veel later dan de bedoeling was, wat dat was uiterlijk tien uur.
Alle zooi maar net in de auto gekregen.
 Een mens neemt altijd weer te veel mee.
Yvonne rijdt het eerste stuk. Dat is via Rotterdam, Antwerpen, Brussel en dan naar Namen. Even voor Namen, na goed twee en een half uur rijden hebben we onze eerste rust. Ongeveer 200 km gereden.
Ik neem het stuur over en via Luxemburg, waar we meteen even tanken, en Metz gaat het richting Straatsburg.
Veertig km voor Straatsburg de tweede pauze. Het is dan rond half zeven 's avonds.
Tijdens die pauze zoeken we met behulp van een boekje van de Formule 1 hotels een plekje in Colmar, ons doel voor vandaag. Daar komen we rond negen uur aan, om te moeten constateren dat het hotel vol is.
In de buurt vinden we een ander hotel, ‘Roi Soleil', een groep van 5 hotels in de Elzas. De overnachtingsprijs is schappelijk.
Net groot genoeg en eenvoudig, maar met eigen douche en toilet. Dat zal de komende tijd nog wel eens anders zijn. Alles bij elkaar waren we vandaag 8 en een half uur onderweg en hebben een afstand afgelegd van 708 km, bij een gemiddelde snelheid van bijna 85 km/u.

Vrijdag 18 oktober 2002.
Niet zo best geslapen. Waarom? Ik weet het niet. Het bed was goed. Daar viel niet veel op aan te merken. Het was wel erg warm op de kamer, maar we hebben het raam open gehad en dat maakte het wel lekker. Mogelijk dat de vreemde geluiden via het open raam een rol speelden.
Goed acht uur waren we wakker. Drie kwartier later op weg. Ergens een paar inkoopjes gedaan en een kop koffie gedronken. De croissants die we hadden ingeslagen hebben we meteen in de auto opgegeten.
Tien uur waren we ‘en route'.
Eerst richting Mulhouse en dan afslaan naar Bazel. Het passeren van de grens stelt niets voor. Bazel houdt een beetje op. Er wordt daar volop gereconstrueerd aan de wegen en dat merk je.
Eenmaal de stad uit gaat het via een omgeving, zoals die in je voorstelling bij Zwitserland hoort, verder richting Luzern en vervolgens naar de Gotthard. Een stukje voor de Gotthard pauzeren we. Dat is even na twaalven. We maken een bakje koffie en verorberen de meegebrachte broodjes. Ik rangeer een beetje de lading want het bevalt me totaal niet hoe het zootje achterin ligt. Met veel vijven en zessen en diverse keren in en uit laden lukt het om alles wat gunstiger aan boord te proppen en zo ziet het er wat netter uit. Als het moet kunnen we nu ook echt in de auto slapen.
Nu sneeuw, overmorgen de hitte van de woestijn
Nog maar weer net op weg zien we voor ons een Jeep rijden. Met aanhangwagen. Zouden dat soms? Inderdaad blijken het Steph en Ingrid te zijn. Even stoppen op een P-plaats en handjes schudden. We besluiten om samen verder te rijden met het voorbehoud dat ieder vrij is in zijn doen en laten en dat er niet krampachtig achter elkaar gereden zal worden.
Samen gaan we de Gotthard-pas over. Zitten we daar toch aardig in de sneeuw. En dan te bedenken dat we overmorgen in de 30 graden plus zullen zitten. Zo gaat het door richting Lugano en voor we het weten zitten we al op Italiaans gebied. Het rijdt vlot, ondanks wat filevorming rond Milaan en wat avonturen bij een tolstation waar Stef zo ongeveer de betaalautomaat uit de grond rukt omdat die niet doet wat hij moet doen. Trouwens, de rest van de tolstations zijn voor hem ook telkens weer een probleem. Tegen zevenen zijn we bij Genua.
Eerst willen we nog even wat eten maar dan besluiten we om eerst een hotel te gaan zoeken. In Genua. En dat hadden we waarschijnlijk niet zó moeten doen, maar het is nu eenmaal gebeurd. We zoeken ons te pletter. Het verkeer is niet echt wat we gewend zijn. Vooral de italiaanse motorrijders zijn idioten. Je komt ogen te kort. Uiteindelijk vinden we een aardig hotel. Prijs per kamer per nacht 122 Euro. Dat is wat veel van het goede. Na nog wat omzwervingen vinden we een wat geschikter verblijf. De kamers zijn keurig en hoewel vlak bij de haven en aan een bar drukke weg, zijn ze toch betrekkelijk rustig.
De totale afstand van Beinsdorp tot hier bedroeg 1253 km.


Ontmoeting met de andere koppels en de inscheping.

Zaterdag 19 oktober 2002.

Op de kade van Genua ontmoeten we elkaar
           
Auto's op de kade voor vertrek

Formeel de eerste dag van de reis. Na een redelijke nacht ontbijten we lekker en gaan nog even een stukje wandelen. Geweldig is de omgeving niet. Veel kleine winkeltjes met spullen waarvan je je vaak af vraagt waar ze vandaan komen. Na een half uurtje hebben we het wel al gezien en zoeken we het hotel weer op. Daar staan Steph en Ingrid al op ons te wachten. Even afrekenen, de boel van de kamer en dan naar de haven. Het is wel even zoeken, maar al gauw stuiten we op wat Peter en Jenny blijken te zijn.
We zoeken een rustig plekje op waar ik probeer het bakje weer aan de praat te krijgen. Dat heeft gisteren de geest gegeven. Helaas lukt dat niet. Wat me wel lukt is om, met wat improviseren, de koelbox aan te sluiten. Het bleek namelijk dat de omvormer waarop hij eerst was aangesloten, niet voldoende vermogen had. Een aansluiting op de tweede omvormer brengt de oplossing.
Rond half een komen Judith en Jurgen aan en dan ontbreken alleen nog Joke en Annemiek, maar die komen ook al snel opdagen.
Zo hebben we dus de volgende koppels:

Jurgen en Judith met hun Landrover,
Joke en Annemieke met de Nissan Patrol,
Steph en Ingrid met de Jeep Wrangler,
Peter en Jenny met de Toyota Landcruiser,
Wij, Ron en Yvonne, in onze Toyota Landcruiser.

Als rond drie uur, een uur later dan gedacht, de boot binnen loopt zien we Ali Henidi, die vanuit Tunesië hierheen is gereisd om ons op te halen, al gauw staan.
Hij organiseert de zaakjes een beetje, regelt de tickets en zorgt dat we de auto's op de kade kunnen parkeren. Daarna even een bakje koffie.
Vervolgens moeten we nog via de politie. Als we al meer dan een half uur in de rij staan en het maar niet op schiet, pikt Ali al onze paspoorten in en dringt gewoon voor.
Binnen vijf minuten is hij terug. Alles geregeld. Dit tot grote woede van enkele figuren die achter ons in de rij staan.

Tien minuten later rijden we de boot op. Ali regelt de hutten en voor we het weten zitten we in hut 6666 van het MS Carthage. Spullen aan de kant en naar het dek, genieten van het weer en de afvaart.
Die is rond zes uur, tijdens zonsondergang met een prachtig gezicht op Genua.
Er staat een aardig windje, zwoel weliswaar, maar als dat maar geen problemen oplevert bij de overtocht.
Om half zeven zitten we aan tafel. Heerlijk eten.
Eerst lijkt alles goed te gaan, maar dan gaat Yvonne er vandoor. Zeeziek. Allengs zie ik hoe langer hoe meer mensen weg lopen. Ali haalt wat anti-zeeziekte tabletjes bij de scheepsdokter en ik ga op zoek naar Yvonne die ik ziek in de cabine terug vind. Als het mee zit wordt het over een paar uurtjes allemaal wat rustiger.

Overvaart en de eerste dag op het Noord-Afrikaans continent.

Zondag 20 oktober 2002.
Gelukkig is Yvonne in de loop van de nacht goed opgeknapt en is ze weer helemaal het heertje, of in dit geval het dametje, als ze opstaat.
We hebben afgesproken om om 8 uur te ontbijten en we worden pas even voor achten wakker. Dat betekent meteen haasten. Maar dat is ook gelijk de laatste keer voor vandaag. De rest van de dag gaat het allemaal wat gemoedelijker.Hoewel? Zo lang we aan boord zijn is er weinig te doen. We kletsen wat op het achterdek, waar we een perfect plaatsje in de zon hebben bemachtigd. Alleen voor het middageten verlaten we die plek. En er wordt genoeg afgepraat.
Zo vliegt de dag om en zien we het Afrikaanse vasteland al voor we het eigenlijk goed beseffen. Dan is het nog bijna twee uren tot het moment van aanleggen, maar ook dat vliegt om. Om drie uur gaan we naar het autodek, in afwachting van het uitrijden.
Er ontstaat een beetje consternatie als blijkt dat een van de auto's vóór ons niet gestart kan worden omdat de bestuurder zijn sleutels verloren is. De gemoederen bedaren wat als men er in slaagt om die auto aan de kant te duwen.
Toch is het al tegen vier uur als we de wal op rijden.
Dan blijkt weer dat het toch wel prettig is dat Ali ons begeleidt.
We rijden langs iedereen naar voren voor de douane-controle en dat gaat zo vlot dat zelfs Ali verbaasd is en verrast wordt, want hij heeft ons naar een wisselkantoor gestuurd om geld te wisselen en we staan nog in de rij te wachten als het sein veilig komt en we dus eigenlijk door mogen gaan.
Maar dat duurt dus nog even.
Lang genoeg voor een paar driftige Zwitsers om een beetje over de rooie te gaan. Wij blokkeren de doorgang met onze auto's en zo verliezen ze zeker wel 10 minuten kostbare tijd van hun vakantie. Wat een driftkikkers zeg. Zeker aan vakantie toe ?
Zo, met alles geregeld, denken we, kunnen we zonder meer doorrijden. Maar dat is een vergissing.
Aan boord is er al een enorme hoeveelheid papieren ingevuld en afgestempeld, maar hier moeten we dat op het goede moment aan de goede persoon overhandigen. Ali draaft als een gek heen en weer om het in goede banen te leiden maar er gaat toch nog aardig wat fout. Joke wordt even heel pissig als blijkt dat een van die livreiers (iedereen heeft hier wel een uniform aan) een papiertje te veel heeft ingenomen en dat komt ze natuurlijk later te kort. Door wel zes verschillende personen wordt ze vervolgens keer op keer ter verantwoording geroepen en dat schiet bij haar in het verkeerde keelgat.
Nu maken wij daar weinig van mee, want wij staan al buiten de poort, een tweehonderd meter verderop ons een glazenwasser van het lijf te houden. Die vent komt telkens op een van ons af met een soort stofdoekje, aait met dat doekje over de spiegels en de ruiten en wilt vervolgens incasseren. De meesten van ons weigeren aan die pantomime mee te werken en sturen hem weg. Yvonne kan dat niet over haar hart verkrijgen een geeft hem wat kleingeld. Zo is ze wel van hem af en de rest wordt steeds weer belaagd om nou eindelijk eens dat zuurverdiende geld uit te keren.

Ali wordt hier opgehaald door zijn zoon, Ahmed, die hun auto bestuurt. Een witte Toyota HJ60 custom.
Goed, eindelijk op weg. Het klokje staat inmiddels al na half zes. In kolonne door de stad en even wennen aan het verkeer.
Het gaat er hier iets anders aan toe dan wij gewend zijn. Op de goede manier brutaal zijn is dé methode, want iedereen schijnt alle verkeersregels aan zijn laars te lappen. Het enige dat indruk lijkt te maken is een rood verkeerslicht. Wees wel op je hoede voor groen want als je op hetzelfde moment dat die kleur zichtbaar wordt niet meteen gas geeft dan kun je op een claxonconcert rekenen. Ondanks de invallende duisternis verloopt de rit naar Kairouan vrij vlot.
Wel maken we al even kennis met de mentaliteit van sommige mensen hier.
Aan het loket voor de tol moeten we 6,5 dinar betalen. Later blijkt dat dat niet meer dan 0,8 dinar had moeten zijn.
Bij het volgende hokje vraag ik het gelukkig nog even aan Ali en dan krijgt die meneer, die overigens kennelijk géén slechte bedoelingen heeft, niet meer dan het juiste bedrag.
De wegen zijn verder heel redelijk. Alleen de rijstijl van onze medeweggebruikers baart af en toe wat zorgen en vaak kan er weinig meer dan een paar handbreedtes tussen als er ingehaald wordt.
Na wat zoeken in Kairouan vinden we onder politie-begeleiding het hotel. Vlak bij het stadscentrum en tegenover het politiebureau. We hebben een ruime kamer en het ziet er allemaal redelijk uit. Ook het eten smaakt goed.
Het is tegen half twaalf als we ons bed op zoeken. Morgen om zeven uur ontbijt.
Veel hebben we vandaag niet gereden, maar een goede 170 km.



Vorige pagina Top Home Volgende pagina