Tunesië

Een 4x4 - reis van 19 oktober tot en met 2 november 2002.
Vorige pagina Home Start Tunesië Volgende pagina

De eerste week (2).

En dan nu waar we voor gekomen zijn......

Maandag 21 oktober 2002.
Voor vandaag is het programma aangepast.
Ali heeft kontakt gehad met de gids die ons de komende week gaat begeleiden en die heeft gezegd dat het beter zou zijn als er voor het reizen in de woestijn wat meer tijd beschikbaar zou zijn.
Voor Kariouan hebben we dan geen tijd, hoewel hier kennelijk een van de mooiste moskeeën van Tunesië staat.
Verder betekent het dat we Touzeur als overnachtingsplaats overslaan en in feite vandaag het programma van vandaag én morgen doen. Dat betekent ook veel kilometers.
Pas veel later blijkt dat het meer dan 500 kilometer is.
Vanuit Kairouan gaat het eerst in noordwestelijke richting. Dat is voor een kilometer of tien en dan gaat het naar het zuidwesten. Een flink stuk, om dan weer verder naar het zuiden af te buigen. Zo komen we uit in Gafsa.
Het landschap verandert niet zo heel veel, maar na de bende van de stad, daar ligt letterlijk overal vuil en puin, wordt het hier iets beter. Duidelijk is al wel dat de Tunesiërs geen milieufreaken zijn. Vooral plastic waterflessen zie je overal rondslingeren.
Heel geleidelijk aan wordt het wat droger.
Er komen meer palmen en je ziet ook dat die gericht bewaterd worden.
In Metlaoui houden we een middagpauze. Bij een of ander tentje aan de weg, waar wel iets te drinken verkrijgbaar is, maar niets te eten. Ali moet zelf broodjes gaan halen ergens in de omgeving.
Dat duurt even maar het is de moeite waard. Heerlijke broodjes met vlees en groen.
Na de pauze vertrekken we in noordelijke richting door bergachtig gebied om geleidelijk naar het westen af te buigen.
Af en toe pittig klimmen en dalen, maar voor geen van de auto's ook maar iets van een probleem.
Via Moularis en Redeyef komen we al gauw in de buurt van de Algerijnse grens. Die laten we rechts liggen, maar zo komen we wel uit bij de oase Tamersa, waar we een van de gidsen van de komende tijd, Salem, ontmoeten.
Hij rijdt in een Toyota Hi-lux, bestuurd door Zobaier (Zoe-ba-jair).

Een waterval in de woestijn !

Zo kunnen we weer verder naar een bergoase, Chbika, na eerst nog een waterval te hebben bekeken. Het barst hier weliswaar niet van de toeristen, maar het is wel allemaal op toerisme ingesteld.
Mogelijk daardoor valt de oase me erg tegen. Niet echt iets waar ik naar uit zou kijken en zeker niet iets waar ik honderden kilometers voor zou gaan rijden, maar het zit wel in het programma dus doen we het maar.
We verlaten de oase via weg nr 16 die via een woestijngedeelte met heel veel zoutplekken naar Touzeur leidt.
In Touzeur moeten we ons bij de politie melden omdat we de komende dagen in de woestijn zullen rondtrekken. Dat kost een half uurtje en bovendien moet er getankt worden. Zo begint het al tegen donker aan te lopen als we nog op weg moeten naar Douz.

Eigenlijk zouden we dat via de Chott El Jerid hebben gedaan, maar daar is nu geen tijd meer voor. Daarom rijden we via de hoofdweg naar Kembili en zo naar het hotel in Douz.
Volgens de normen hier waarschijnlijk een prima hotel, maar in onze ogen tamelijk aftands. Het doet wel allemaal erg oosters aan en het ziet er toch wel gezellig uit.
We worden in een soort bungalows geplaatst. Die staan aan allemaal verschillende hofjes rond een zwembad. We zijn doodop.
Het avondeten is niets bijzonders. Er is voldoende en daarmee is het ook wel een beetje gezegd.
We trekken redelijk vlot richting bed, maar dan dan is het toch al tegen elf uur. Morgen is het niet al te vroeg reveille. We vertrekken om tien uur en moeten ongeveer 120 km afleggen naar een camping, Sbat, aan de rand van de woestijn.


Dinsdag 22 oktober 2002.
We zijn allemaal keurig op tijd klaar, maar kunnen Ali niet vinden.
Die blijkt bezig te zijn de door hem bestelde voorraden bij elkaar te krijgen.
Wij besluiten alvast te gaan tanken om zo wat tijd te winnen. We zouden het namelijk wel aardig vinden als we nu eens voor donker op de plaats van bestemming aan zouden komen. Onderweg ontmoeten we Ali bij toeval. Die heeft de benodigde spullen inmiddels opgeduikeld.
Na het tanken gaan we terug naar het hotel want de bijrijders zijn daar als ‘onderpand' voor de betaling achtergebleven. Als alles is betaald kunnen we uiteindelijk op weg.
We moeten wel nog weer via de stad voor het kopen van een dzjerz, een hoofddoek, zoals die in de woestijn altijd gedragen wordt en die zeer comfortabel zal blijken te zijn. In een van de plaatselijke winkels, geregeld door Ali, kopen we zo'n ding. 10 Dinar per stuk, zo'n 7,5 euro. Naar mijn mening een stevige prijs. Inmiddels is het al ver na elf uur.
Maar dan moeten we nog drinkwater op gaan halen. Ali verrast ons met de mededeling dat elke auto zestig flessen water van 1,5 liter mee moet nemen.
Dat heeft nogal wat protesten tot gevolg. De meesten hebben net alles in orde gebracht en gestouwd voor de rest van de reis en hebben totaal geen rekening gehouden met het innemen van zo'n negentig liter water. Er zou immers een voorraadwagen meerijden. Na wat overleg nemen we in ieder geval elk 12 flessen plus dat wat er nog te bergen is, mee. De rest gaat in de aanhanger van Steph en Ingrid, de auto van Ali en op de pickup van de gids. Alles bij elkaar zo'n vierhonderdvijftig liter. Als je ziet hoe die pickup in zijn veren hangt!
Zoubaier bij zijn volbeladen Hi-lux pick-up
Mabroek,Salem,Mohammet,Majid en Zoubaier bij de support-auto
Een deel van de watervoorraad
..  ..  .. 
En dan klimmen er nog eens vijf man aan boord.
De bestuurder (Zobaier), de gids (Salem), een tweede gids (Mohammet), een kok (Majid) en een monteur (Mabrouk). Deze laatste drie ontmoeten we hier voor het eerst.
Even buiten Douz hebben we al meteen een probleem. We zijn dan nog geen tien kilometer in de woestijn. De auto van Ali loopt warm, kokende motor. Monteur er bij. Die goochelt wat met water en een radiatordop en zo kunnen we na een half uurtje weer verder. Maar de hele dag door zal het een probleem blijven. Het blijkt dat de zelfdenkende ventilator niet goed werkt.
Even later staan Peter en Jenny aan de kant. Ook kokende motor. Ook dat lijkt te worden opgelost, maar herhaalt zich nog een paar keer. De monteur wilt dat we allemaal de dop van de radiator los zetten, maar dat vertik ik. En gelukkig maar. Steph en Jurgen doen het wel en verliezen dus prompt veel koelvloeistof.
Later krijgt Peter het vermoeden dat zijn electrisch systeem in de war gestuurd wordt door de aangesloten koelbox. Als ze die stekker uit trekken lijkt alles oke.
Onze auto geeft geen krimp.

Tegen donker moeten we nog steeds een heel stuk, maar we zitten vast op een zandhelling. Ik kom vrijwel zonder moeite boven na eerst Ali nog vrij gelierd te hebben.
Het is al tegen zeven uur als we bij de oase Ksar Ghilane komen. Daar moeten we ons afmelden bij de politiepost. Ali nodigt me uit om mee te gaan.

Dat is wel een bijzondere ervaring. Drie mannen leven in een soort schuur. Langs de muren hun bedden. Dat zijn meteen hun zitplaatsen. Verder een TV en dan heb je het wel gehad. Uniformen zijn niet te bekennen. Aan de muren hangen wat kledingstukken op spijkers maar het ziet er niet direct gloednieuw uit.
Wij moeten nog twintig kilometer verder in zuidelijke richting.
Daar is de camping Sbat en daar overnachten we. Aankomst is rond acht uur.
Die camping stelt niet veel voor. Een groot open terrein, weliswaar omheind en er is iets dat op een zwembad lijkt, gevoed door een natuurlijke bron. Mabrouk, de monteur, stort zich meteen op de auto van Ali om de ventilator star aan de waterpomp-as te bevestigen en zo een goede koeling te krijgen.
Om negen uur aan tafel voor een heerlijk maal.
Een soort sjasliks en daarbij spagetti. Smaakt prima.
Meteen daarna zetten we de auto op voor de nacht. Onze auto is immers onze slaapplaats.
We kunnen hier wel in een bedouïnentent overnachten, maar ik zie dat niet zo zitten. Er staat gewone bedden in en verder lig je in feite buiten. Even na tienen kruipen we er in. Morgen om zeven uur ontbijt.
Zonsondergang.




Vorige pagina Top Home Volgende pagina